Archive for the ‘portret’ Category
Flitsen (1)
Flitsen in studio. Geen onderwerp heeft me al meer tegenwerpingen opgeleverd en dan vooral van fotografen die het ooit anders gewend waren. Die geproefd hebben van het continue licht bij het maken van portretten.
Gelijk hebben ze. Ook ik ben grote voorstander van continu licht, maar het vergt heel verfijnd materiaal. Niet de lampen die voor meer hitte zorgen dan licht. Geef me dan maar de lichtprik, de studioflash, de millisecondenschicht.
Waarom was permanent licht zoveel beter? Eigenlijk zou het antwoord moeten zijn: omdat de kwaliteit van het licht mooier is. Maar dat is zo’n moeilijk meetbare factor dat je daarmee nooit gelijk halen kan. En het gebruikelijke antwoord is: omdat ik als fotograaf dan tenminste de schaduwen zie.
Nu, dit laatste is een vals argument als het om studiosituaties gaat. Een fotograaf kan zich trainen om de schaduwen te zien aan de hand van het pilootlicht. Van een fotograaf mag die lichtgevoeligheid worden verwacht.
Schaduwen laten zien, of juist opheffen, het behoort tot de lichtmogelijkheden in studio.
Robe, mooi van zichzelf, liet het licht over zich komen. Zelf vindt ze het schaduwloze beeld het bevalligst:

Maar Robe is ook een prima model om precies met schaduwen te werken. We probeerden het even uit:


Studiofotografie is een makkie, als Robe er is.
Jozefien en Elise
Zo gaat dat. Met een hele groep samen in de humaniora, en dan gaat elk zijn weg. Heel af en toe blijft er een vriendschap overeind. De ene studeert in Gent, de andere binnenkort in Parma. Maar het blijft leuk elkaar weer te zien.
Hoe vat je zoiets in beelden?






Mira
Mira, ik leerde er destijds over in de Itinera. Mira betekent ‘wondermooi’ en de staartster met die naam wordt dan ook als ‘de wonderbaarlijke’ omschreven.
Destijds trokken mijn ouders met mij, mijn broer en zus naar ‘de fotograaf’, toen we respectievelijk iets meer dan een jaar oud waren. Zowat de leeftijd van Mira nu.
Foto’s op die leeftijd worden al heel snel herinneringen. Mira kwam op zaterdag naar de studio. Pas van donderdag zette ze haar eerste stapjes alleen. Vier nog wel. In de studio dreef ze haar aantal op tot zeven. Sinds maandag stapt ze echt alleen. “Die foto, toen kon je net je eerste stapjes zetten…”

De verleiding is groot om bij kinderportretjes op zoek te gaan naar expressie op het gelaat. Daar is niks op tegen. Soms brengt het echter de beeldcompositie in verdrukking.
Gelukkig is er dan de training uit de fotoschool. “Goeie driehoek in dat beeld”, zou de compositieleraar hebben gezegd.
Zwanger
Negen maanden en dan is er enkel de herinnering. En eventueel wat foto’s.
Een zwangere fotograferen is telkens een fotografische uitdaging. Elke fotoshoot is dat wel, maar een zwangerschapsshoot is altijd een beetje bijzonder. Het gaat eens niet om de expressie in het gelaat, wel om het lichaam, het buikje.
Een zwangerschapsshoot kan je natuurlijk op vele manieren benaderen. De vader erbij; broertje of zusje van de op komst zijnde baby erbij… Of de zwangere alleen, puur de lijfelijke herinnering.
De zwangere rondingen vragen om als silhouet te worden afgebeeld. Ik vind het wel eens mooi op zo’n moment een kleurenfoto kleurloos te maken. Nee, de foto werd niet omgezet naar zwartwit. Hij bestaat enkel uit het witte licht op de achtergrond en het donkere silhouet.

Of met een heel klein beetje kleur. Niet eens de huidtinten. Enkel wat kleurreflectie.


Avondzon
Het werd avond en de zon kleurde rood.
Twee tortels streken neer bij het strand. Hun Suzuki reed vast in het zand. Zij fotografeerde hem; hij haar. Tegen de ondergaande zon in. Springen, gek doen, en toch de ontgoocheling want het flitsje van hun compact toestelletje haalde het niet van het vuurrode tegenlicht.
Ach, we doen het ermee, zei ze. Gehoopt hadden ze daar een paar beeldjes te maken waarmee ze hun trouwkaart illustreren konden. “Zo iets romantisch, maar dan met ons erop. Maar dat zal wel niet lukken met ons toestelletje, zeker?”
Nu, digitale compactjes zijn van een veel betere kwaliteit dan hun analoge voorgangers. Goed, ze geven scherp van voor tot achter en je haalt er geen prijzen mee, maar voor huis-, tuin- en keukengebruik doen ze het vaak wonderbaarlijk goed.
Zo goed dat ik bij het aanleren van werken met een reflexcamera te horen krijg: “en nu stel ik alles manueel in en nu zijn mijn foto’s slechter dan met mijn vroeger compactje”. Een fase waar iedereen doorheen moet. En die loont.
Maar goed, tegenlichtfoto’s op de trouwkaart, dat was teveel gevergd van het compactje. Gebruik het licht dan toch als zijlicht, probeerde ik. Maar ze stak me het toestelletje in de handen.

Het werd een sessie van vijf minuten. En die gingen dan nog vooral op aan klauteren in de duinen. Een paar beeldjes met hun compactje. En tussendoor ook eens met mijn toestel.
Ik zorgde ervoor beelden te maken waar het licht en de sfeer de technische onvolkomenheden een beetje konden verdoezelen. De natuur stak een handje toe. Twee zelfs.

Randlicht
Tegenlicht, jawel, maar als de lichtbron (de zon) verborgen zit achter ons model, dan spreken we van randlicht.
Bij het fotograferen met randlicht kan je meerdere kanten uit. Randlicht maakt immers het onderwerp tot silhouet en met een tikkeltje onderbelichting kan je dit effect nog versterken. Met het fotootje van Joba gingen we net de andere richting uit. Het gelaat werd opgehelderd, louter met de belichting. Het stuurt het randlicht naar de overbelichting; je beperkt het tot lichtaccenten.
Het zou uiteraard ook doenbaar zijn om het randlicht te combineren met een zwak invulflitsje. Mogelijkheden legio dus.
Een foto als die van Joba maak je vlotweg als je rekening houdt met enkele basisregels. Je positioneert je uiteraard in de schaduw van het model, want anders heb je geen randlicht. Je werkt met lichte tele en volle diafragma-opening. Je meet licht met spotmeting op het gelaat van het model en je regelt de belichting met de sluitertijd. Klaar is Kees (Joba, in dit geval).

De volle diafragma-opening heeft een dubbel voordeel. Als er toch wat zon rechtstreeks het objectief treft, voorkom je bij volle opening in de meeste gevallen de zes- of achthoekige ‘zonnevlekken’ in de foto. Maar vooral: de grote opening beperkt de scherptediepte. Loswaaiende haren zijn dan meteen ‘out of focus’ en tonen daardoor iets waziger, iets ‘breder’ dan zo’n dun haartje. Laat op die brede haren het randlicht spelen, en jouw foto wint aan charme.
Momenteel is het de ideale tijd van het jaar om ’s avonds, zo rond een uur of zeven, met randlicht te experimenteren. De zon staat laag, kleurt warm en heeft nog maar een beperkte kracht.
Eenvoud is de basis
Een portretje in studio behoeft geen grootse opstellingen.Ik vind het trouwens in een studio telkens een uitdaging met amper een paar flitsjes tot een fraai resultaat te komen.
Vorige woensdag hebben we met zo’n basic studio-opstelling gewerkt. Heel eenvoudig. Een rol wit achtergrondpapier. Flits erop gericht. Een softbox op het model. En dat was het. De achtergrond kreeg wat meer licht dan het model, kwestie van mooi wit te blijven.
Ik stel het iets te simpel voor, ik weet het. Bovendien ben ik voor mijn cursisten nogal veeleisend in studio. Kadreren, scherpstellen, afdrukken, de instellingen van de camera, de witbalans, ik wil het allemaal nogal strak gestructureerd. Maar dat loont. En het levert al van bij de eerste studioshoot oogstrelende resultaten op. (Hoe was de titel van deze blog ook al weer?)

Voor het eerst in studio
Soms probeer ik wel eens te analyseren hoe ik zelf leerde portretteren. Hoe ik tot inzicht kwam, hoe ik leerde omgaan met een model, waarop creativiteit is gestoeld?
Dan kom ik wel eens tot de vaststelling dat ik de meeste houvast heb aan de saaiklassieke oefeningen in studio. Een achtergrond verlichten, apart van de modelverlichting. Soorten verlichting combineren, de theorie over de verzachting en de verharding van de verlichting…
Het klinkt niet swingend en het levert geen glamourresultaten op. Maar iets zegt me dat een shortcut naar flitsende portretten niet mogelijk is. Vaak ook niet nodig is.
Fotografie is een eerlijk vak. Je leert het stap bij stap. Elke trede die je overslaat, is verlies.
Gisteren waren we een avondje in studio. Met mensen die dit ‘voor het eerst’ ervoeren. Een studio is donkere doos. Alle licht maak je zelf. Weten en proberen, en gaandeweg de smaak krijgen van het portretteren.
Sabrina zag het helemaal zitten.

Margot al evenzeer.

De kleren van de keizer…
Een keertje liet ik me grandioos vangen. Paul Gheyle, een door mij zeer gewaardeerd portrettist, toonde een portret, en vroeg: ‘met hoeveel flitstoortsen is dit portret gemaakt?’.
Toegegeven, als ik een portretsetje geregeld krijg met twee toortsen, zal ik er nooit drie gebruiken. Ik heb iets tegen tevéél licht.
En wat ik dacht, antwoordde ik. Eén zei ik. Het waren er vijf. Ik zweeg voor de rest van de namiddag.
Maar enfin, we doen het spelletje over. Ziehier Elke’s portret. Met hoeveel flitstoortsen is dit portret gemaakt? Het juiste antwoord staat onder de foto, maar laten we afspreken dat wie juist heeft geraden, zich in een comment op deze bijdrage, fier tot kenner mag uitroepen.

En het antwoord is…
Zonder ook maar één flits. Het portretje is gewoon gemaakt in een deuropening, ’s avonds toen het donker was. De deur dient als achtergrond. Het licht in de inkomhal bestond uit enkele tl-buizen. In de deuropening was het donker. Ideaal dus om met licht en schaduw te spelen. Vanaf die schaduwkant hebben we wel een reflectiescherm gebruikt omdat het contrast iets te sterk was. Zwartwit verdraagt wel een behoorlijk contrast, maar als alle doortekening weg is, verliest Elke ook haar mooie lokken.
Wie zijn ‘we’? Oh, de groep mensen met wie ik in KISP Eeklo op verkenning trek in de wereld van het zwartwit. Toffe mensen, ik ga er graag. Interesse en lol, een bijzondere combinatie. Tof onderwerp ook. We kijken in kleur, we fotograferen in kleur, en we zijn geïntrigeerd door ‘verouderd’ zwartwit. Vorige woensdag keken we door de ogen van Jeanloup Sieff. Door zijn camera zagen we ook de Borinage, de kompels in Marcinelles. Heeft iemand een verklaring waarom sociaal schrijnende situaties beter ‘bekken’ in zwartwit?
Veel gephotoshopt aan dit portret? Bwa, een beetje. In RAW opgenomen, zoals het hoort. Op de goeie manier het fotootje van kleur naar zwartwit gebracht, dat wel. En de contrasten een beetje naar de hand gezet. De haren waren zo wazig, van bij de opname. We wrongen immers het uiterste uit onze belichting om toch bij Iso 200 te kunnen werken. Grootste diafragmaopening dus. Hier werkt zwartwit charmerend, niet sociaal-duidend.
Wie hier dus een precieze dosering van flitstoortsen in zag, zag de kleren van de keizer.
Voor het portretje poseerde Elke. Het gebeurt in elke cursus dat er mensen zijn die niet enkel geïnteresserd zijn in een plaatsje achter de camera. Dank je, Elke!
Moeder en dochter
Zin in een potje filosoferen? Probeer dan maar eens te vatten wat een foto van iemand tot een ‘portret’ maakt. Daar ben je nog niet meteen mee rond.
De wolligste onder mijn docenten hadden het wel eens over ‘de ziel’ van de geportretteerde. Nooit ben ik erin geslaagd die transcendentie op fotopapier te krijgen.
Onderdeeltje van definitie van een portret wordt wellicht dat het portret iets verraadt van de interactie tussen fotograaf en model. Voelt het model zich rustig bij die fotograaf? Kent de fotograaf de typerende uitdrukkingen van het model en weet hij die los te weken? Vul maar aan, uit eigen ervaring met portretteren misschien.
Ik zag dit aspect van de portretdefinitie nog maar eens bewaarheid toen ik Marleen en Katrien aan het werk zag, moeder en dochter. Een mooi spel. Ziet de moeder in de dochter zichzelf een beetje terug? Kan de dochter genieten van de hobby (fotograferen) van haar moeder? En hoe leidt die interactie tot onvoorspelbare beelden? Hoe de interactie precies verliep weten enkel zij. Wij krijgen het relaas, bij wijze van mooi portret (van de hand van Marleen).

Onttrokken aan de duisternis
Studiofoto’s baden in het licht. Licht op de achtergrond. Licht op het model. Hoofdlicht, invullicht, effectlichtjes.
Mij kan het zeer bekoren te werken met schraal licht. Dat veegje licht waarmee ik een detail onttrek aan de duisternis. Alles blijft verborgen, de duisternis heerst, het omhulde wordt niet onthuld. Enkel het detail vangt het licht, het is er toevallig, een momentje, een ogen-blik. Moeilijk en mooi is het om dit als fotograaf te mogen vangen.
Fotografen hebben een verbond met de duisternis. Af en toe geeft de donkerte hen eens iets prijs. Maar wat het is?

Een dégradéke flitsen
Posted by Alex in beeldbewerking, portret on februari 23rd, 2009
Gevaarlijk is het, om foto’s met een achtergrondverloop op een blog te plaatsen. Hoe staan immers de monitoren afgesteld waarmee de foto’s worden bekeken? En komt in zo’n lage resolutie een verloop nog wel over?
Het mag ons niet beletten ons licht te laten schijnen over een interessante techniek.
Stel dat we in een witte studio een achtergrondverloop willen maken voor een zwartwitfoto. Het mag iets ‘grijzer’ worden naarmate de achtergrond verder ligt. Normaal zouden we minder licht op de achtergrond brengen. Geef toe. Er is al een behoorlijk ruime studio voor nodig om niks van het modellicht op de achtergrond te laten komen.
Heel wat eenvoudiger is het om de witte achtergrond met een kleurtje te ‘beflitsen’. (Uiteraard fotograferen we ook onze zwartwitopnames in kleur). Eenvoudigweg een kleurenfilter voor de achtergrondflits, en daar heb je mooi… purper of wat je ook verkiest. Liefst een kleurtje dat niet in de kledij voorkomt.

Als je dan omzet naar zwartwit kan je die kleur immers specifiek gaan beïnvloeden. Een aanpassingslaagje in zwartwit opent immers alle mogelijkheden om een kleur afzonderlijk aan te pakken.
Zo flits je zonder moeite een achtergrond dat tikkeltje donkerder dat je zo graag hebben wil. Met een ‘natuurlijk lichtverloop’ zou het lang niet zo eenvoudig zijn geweest. Dank aan Lian en tijger om dit hier zo ongeremd te demonstreren. En aan Valérie voor de foto!

Jong volk
Ukkies in de studio, het is niet eenvoudig. Hoe hou je die piepjonge modellen immers overeind? Wat bij een eerste fotoshoot met een baby van vier of zes maanden een onmogelijke klus lijkt, wordt snel een routinezaakje.
Zo bestaan er stoeltjes waar zelfs Ona, vier maanden oud, al perfect recht inzit. Nou ja, recht. Ze zit, het rugje tegen de leuning en vastgesperd tussen de beentjes.
Dat poseren een vermoeiende zaak is, liet Ona ons zonder woorden weten:

Ja, een model mag duidelijk de limieten aangeven. Niks op tegen.
Andreas is al zes. Zes maanden. Hij was duidelijk niet aan zijn proefstuk toe. Met een fotograferende mama heb je als baby weinig in de pap te brokken. Poseren zal je, tot je lacht. De jongen is al zo geconditioneerd dat hij nu al lacht, als hij moet poseren. Mooie foto, met mama die zich verbergt achter dit mysterieuze fototoestel.


De kleur van Julie
Er zijn nu eenmaal modellen die een fotograaf geen keuze laten: fotograferen moet die doen. Zo kwam Martine naar de studio en ze bracht Julie mee. Nou ja, zodra Julie van onder de wollen muts en dito trui vandaan komt, dan moet de fotograaf aan het werk.
Martine stelde de camera in op manuele belichtingswijze. Een fotootje van de grijskaart resulteerde in een histogram dat mooi in het midden lag. Bovendien was de grijskaart ideaal om ook de witbalans handmatig in te stellen. Martine maakte met die handmatige witbalans een eerste foto van opnieuw de grijskaart en deed dan een reeks opnames in RAW en JPEG, waarbij Julie zich van haar vele mooie kanten liet zien.
Is het normaal, zo vraagt Martine, dat de JPEG er aanvankelijk beter uitziet dan het RAW-beeld? En jawel, dat is vaak het geval. Aan het RAW-beeld kan je vele keren beter kleur- en belichtingscorrecties aanbrengen dan aan die JPEG, maar bij de start heeft de JPEG, die al ‘ontwikkeld’ is, visueel een streepje voor. Hij oogt een tikkeltje pittiger. Maar op het einde van de rit wint het RAW-beeld. Altijd.
Hoe zien de foto’s van Martine eruit eens ze door Camera RAW zijn gehaald? Ze zijn al gefinetuned op kleur en belichting, maar via Photoshop kan het nog beter. In Photoshop komt de foto binnen en ziet er zo uit:

Wat willen we verder aan dit portretje nog verbeteren?
Bijvoorbeeld, de ogen een beetje opscherpen. Mag best bij zo’n beeld, zeker met die bodemloze kijkers van Julie.
Daar maken we een apart laagje voor. Ctrl J doet dit voor ons. En daar passen we dan een filtertje verscherpen > onscherp masker op toe. Onscherp masker om op te scherpen, jawel. Waarom niet rechtstreeks op het beeld? Oh, we willen het beeld niet aantasten (niet-destructief) maar vooral omdat we achteraf willen kunnen doseren.We voorzien trouwens onze laag Verscherpen van een zwart maskertje waar we met een wit penseeltje van 25% dekking in schilderen. Groot voordeel van zo’n aparte laag: we kunnen met de dekking nog schuiven om het effect heel precies te doseren.
Nu de ogen van Julie zijn opgescherpt, willen we het oogwit ook een tikkeltje indringender. We maken een aanpassingslaag in helderheid, drijven die helderheid op en krijgen een te wit beeld. Daar gaat het ons niet om. Wel om het oogwit. De aanpassingslaag heeft al een wit laagmaskertje. We inverteren dit in zwart met ctrl i en schilderen met ons witte penseel in het zwarte masker op de plaats van het oogwit. Het gebeurt wel een keertje dat ik merk dat iemand het oogwit selecteert en dan de selectie helderder maakt. Nooit doen, het levert gekunstelde resultaten op.
We vonden ook nog de haren van Julie een beetje ‘weggeflitst’. Teveel weerspiegeling op de haren maskeert de haarstructuur. Weer een aanpassingslaagje brengt hier de oplossing. Een aanpassingslaag in curven, waarbij we de helderheid in de heldere haarpartijen naar beneden halen. En kijk, het detail verschijnt.
Waar brengen onze deze ingreepjes? Jawel, bij het portret dat Julie de eer geeft die haar toekomst: mooi, bevallig, natuurlijk, àf.


